Een diverse groep kinderen van ongeveer tien jaar oud onderzoekt samen de duinen. De kinderen lopen van achteren weg, dragen rugzakken en verzamelen vondsten in een glazen potje.

Hoe stimuleer je nieuwsgierig denken? 10 praktische tips voor thuis en in de klas

Waarom nieuwsgierigheid zo belangrijk is voor leren

Waarom?

Het is misschien wel een van de krachtigste vragen die een kind kan stellen. Waarom is de lucht blauw? Waarom kunnen vogels vliegen? Waarom reageerde ik eigenlijk zo? Waarom denkt iemand anders hier anders over? Nieuwsgierigheid begint bij het besef dat er iets is wat je nog niet weet of begrijpt. Dat kleine gat tussen wat je al weet en wat je wilt ontdekken, kan aanzetten tot vragen stellen, onderzoeken en verder denken.

Dat maakt nieuwsgierigheid waardevol voor leren. Onderzoek laat bijvoorbeeld verbanden zien tussen nieuwsgierigheid, aandacht, exploratie en het onthouden van nieuwe informatie. Bovendien blijkt uit onderzoek dat nieuwsgierigheid niet alleen een vaststaande eigenschap is: de omgeving kan nieuwsgierigheid stimuleren.¹ ² Dat is belangrijk in een wereld waarin informatie steeds gemakkelijker beschikbaar is. Met een zoekmachine of AI kun je binnen enkele seconden een antwoord krijgen. Maar een antwoord krijgen is nog iets anders dan begrijpen wat je wilt weten, waarom dat belangrijk is en of het antwoord eigenlijk wel klopt. In een eerdere blog schreef ik daarom over waarom hoogbegaafde kinderen moeten leren denken, niet alleen antwoorden kennen. Maar hoe creëer je thuis of in de klas ruimte voor dat nieuwsgierige denken?

Nieuwsgierigheid kan leren in beweging brengen

Nieuwsgierigheid wordt soms gezien als een karaktereigenschap: het ene kind is nu eenmaal nieuwsgieriger dan het andere. Er zijn inderdaad individuele verschillen. Maar daarmee is nieuwsgierigheid niet volledig bepaald.

Nieuwsgierigheid kan ontstaan wanneer kinderen merken dat er iets interessants te ontdekken valt. Een onverwachte uitkomst, een vraag waarop het antwoord niet meteen duidelijk is of informatie die botst met wat ze al dachten te weten, kan de behoefte oproepen om verder te zoeken. Dat betekent niet dat een nieuwsgierig kind automatisch beter leert. Goede instructie, voorkennis, oefening en begeleiding blijven belangrijk. Maar nieuwsgierigheid kan wel een ingang zijn naar leren.

Een kind dat werkelijk wil weten waarom iets gebeurt, heeft een reden om informatie te zoeken, verbanden te leggen en langer bij een vraag stil te staan. En precies daar ligt voor mij een belangrijke taak voor onderwijs: niet alleen antwoorden aanbieden, maar ook situaties creëren waarin kinderen iets willen weten.

En hoe zit dat bij hoogbegaafde kinderen?

Bij hoogbegaafde kinderen moeten we oppassen voor een aantrekkelijk maar te eenvoudig verhaal. Niet ieder hoogbegaafd kind is voortdurend nieuwsgierig. Niet ieder hoogbegaafd kind houdt van open opdrachten of onderzoekend leren. En er bestaat niet één manier waarop hoogbegaafde kinderen gemotiveerd raken. Onderzoek laat wel zien dat motivatie en interesse belangrijke factoren zijn binnen gifted education, maar ook dat hoogbegaafde leerlingen een diverse groep vormen. Hun onderwijsbehoeften kunnen daarom niet uit één algemeen profiel worden afgeleid.³ ⁴

Voor sommige cognitief sterke leerlingen kan nieuwsgierigheid juist ontstaan wanneer het onderwijs voldoende inhoudelijke diepgang biedt. Wanneer een leerling bepaalde leerstof al beheerst, is meer herhaling niet automatisch de beste manier om opnieuw leren uit te lokken. Een complexere vraag, een onbekend probleem of de mogelijkheid om een onderwerp verder te onderzoeken kan dan wél nieuwe denkactiviteit vragen.

De kern is dus niet dat we de ‘natuurlijke nieuwsgierigheid van het hoogbegaafde kind’ moeten beschermen. De interessantere vraag is: Welke leeromgeving geeft dit kind op dit moment een reden om verder te willen denken?

Nieuwsgierig zijn naar jezelf en anderen

Bij nieuwsgierigheid denken we al snel aan wetenschap, techniek of vragen over hoe de wereld werkt. Maar je kunt ook nieuwsgierig zijn naar jezelf en naar andere mensen. Waarom reageerde ik zo boos? Waarom vind ik dit spannend? Waarom lukt samenwerken met de één gemakkelijker dan met de ander? Waarom kijkt mijn klasgenoot heel anders naar dezelfde situatie? Dat soort vragen kan kinderen helpen om even niet direct te oordelen of handelen, maar eerst te onderzoeken wat er gebeurt. Dat is iets anders dan stellen dat nieuwsgierigheid automatisch leidt tot empathie, zelfvertrouwen of sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarvoor zijn de verbanden veel complexer. Maar een onderzoekende houding kan wel ruimte creëren voor perspectiefwisseling en reflectie.

In plaats van ‘Hij doet altijd vervelend’ kan een kind bijvoorbeeld leren denken: ‘Waarom zou hij zo reageren?’ En in plaats van ‘Ik kan dit gewoon niet’: ‘Wat gebeurt er eigenlijk waardoor ik hier vastloop?’ Daarmee wordt nieuwsgierigheid niet alleen een manier om de buitenwereld te onderzoeken, maar ook een manier om met iets meer afstand naar je eigen gedachten, gevoelens en gedrag te kijken.

Nieuwsgierigheid heeft ruimte nodig

Een kind zal niet iedere gedachte, vraag of twijfel uitspreken. Daarvoor moet het ervaren dat vragen serieus worden genomen, dat niet-weten mag bestaan en dat een verkeerd antwoord niet onmiddellijk tot afwijzing leidt. Dat betekent niet dat nieuwsgierigheid en psychologische veiligheid simpelweg een wederzijds causaal verband hebben. Maar de manier waarop volwassenen reageren op vragen, ideeën en fouten bepaalt wel mede hoeveel ruimte een kind ervaart om zich uit te spreken en te onderzoeken.

Een nieuwsgierige leeromgeving begint daarom niet bij een spectaculaire opdracht. Ze begint soms bij iets veel kleiners. Een leerkracht die zegt: ‘Interessant. Hoe zou je daarachter kunnen komen?’ Een ouder die niet onmiddellijk het antwoord geeft. Of een klas waarin twee verschillende verklaringen naast elkaar mogen bestaan terwijl leerlingen onderzoeken welke het beste door het bewijs wordt ondersteund.

Kun je nieuwsgierigheid stimuleren?

Ja, tot op zekere hoogte wel. Een meta-analyse van 41 studies met in totaal 4.496 deelnemers vond dat interventies gericht op nieuwsgierigheid gemiddeld een positief effect hadden op nieuwsgierigheid. De effecten verschilden per aanpak, maar het onderzoek ondersteunt in ieder geval het idee dat nieuwsgierigheid niet volledig vastligt.² Dat betekent niet dat iedere onderstaande tip wetenschappelijk is bewezen als afzonderlijke ‘nieuwsgierigheidsinterventie’. Zie ze vooral als praktische manieren om meer ruimte te maken voor vragen, onderzoek, reflectie en verschillende mogelijkheden.

10 manieren om nieuwsgierig denken te stimuleren

1. Geef niet altijd direct het antwoord

Wanneer een kind een vraag stelt, is onze eerste reactie vaak om het antwoord te geven. Soms is dat precies wat nodig is. Maar soms kun je eerst vragen: ‘Wat denk jij zelf?’, ‘Hoe zouden we daarachter kunnen komen?’ of ‘Welke mogelijkheden zie je?’ Zo geef je een kind even de tijd om voorkennis te gebruiken, een mogelijke verklaring te bedenken en de eigen redenering onder woorden te brengen. Daarna kun je natuurlijk nog steeds uitleg of informatie toevoegen. Nieuwsgierig leren betekent niet dat kinderen alles zelf moeten ontdekken.

2. Waardeer niet alleen goede antwoorden, maar ook goede vragen

Op school is het juiste antwoord vaak zichtbaar: het levert een vinkje, punt of compliment op. Een goede vraag krijgt veel minder vaak aandacht. Probeer daarom af en toe expliciet stil te staan bij een interessante vraag: ‘Daar had ik zelf nog niet aan gedacht.’ Of: ‘Dat is een vraag die we verder zouden kunnen onderzoeken.’ Daarmee laat je zien dat leren niet alleen gaat over laten zien wat je al weet, maar ook over ontdekken wat je nog niet begrijpt.

3. Laat kinderen voorspellen

Voordat je uitlegt wat er gaat gebeuren, kun je vragen wat een kind verwacht en waarom. Bij een experiment, verhaal, historisch vraagstuk of natuurverschijnsel kan een voorspelling ervoor zorgen dat een kind eerst bestaande kennis activeert en een verwachting formuleert. Daarna wordt de werkelijke uitkomst interessanter: klopte de voorspelling? Zo niet, wat hebben we dan gemist? Het doel is niet om goed te gokken, maar om een reden te krijgen om de uitkomst te willen begrijpen.

4. Laat zien dat jij ook niet alles weet

‘Dat weet ik eigenlijk ook niet. Zullen we het uitzoeken?’ Voor een volwassene kan dat bijna te eenvoudig klinken. Voor een kind kan het een belangrijke boodschap bevatten: niet-weten is geen probleem dat je moet verbergen. Het is vaak het begin van leren. Daarmee modelleer je bovendien iets belangrijks: ook volwassenen zoeken informatie op, stellen hun ideeën bij en ontdekken nieuwe dingen.

5. Stel vragen die het denken openen

Niet iedere open vraag is automatisch een goede vraag. ‘Wat vind je ervan?’ kan bijvoorbeeld gemakkelijk tot een oppervlakkig antwoord leiden. Interessanter zijn vragen die een kind uitnodigen om te redeneren: ‘Hoe weet je dat?’, ‘Welke andere verklaring zou mogelijk zijn?’ of ‘Wat zou er veranderen als…?’ Zo verschuift de aandacht van alleen het antwoord naar de gedachte erachter.

6. Geef ruimte voor verwondering

Niet ieder interessant moment hoeft onmiddellijk te worden omgezet in een lesdoel. Een bijzondere wolk, een insect op het raam, een onverwachte proef, een kunstwerk of een vreemd nieuwsbericht kan simpelweg aanleiding zijn om even te kijken en vragen te stellen. We hoeven zo’n moment niet groter te maken dan het is. Soms is ‘Hé, hoe zou dat eigenlijk komen?’ genoeg.

7. Laat kinderen iets uitproberen

Een brug bouwen die zoveel mogelijk gewicht kan dragen. Een rollenspel waarbij je reacties uitspeelt. Ontdekken welke materialen blijven drijven. Experimenteren maakt een vraag concreet. Een kind bedenkt iets, probeert het uit, kijkt wat er gebeurt en kan de aanpak vervolgens aanpassen. De waarde zit daarbij niet alleen in het maken. Juist het gesprek eromheen maakt het leren rijker: Waarom denk je dat dit gebeurde? Wat veranderde je? En wat zou je nu willen testen?

8. Vraag om een tweede mogelijkheid

Het eerste antwoord is niet altijd het enige antwoord. Wanneer een kind een oplossing heeft gevonden, kun je daarom vragen: ‘Kan het ook anders?’ of ‘Kun je een oplossing bedenken die totaal anders werkt?’ Niet omdat meer oplossingen altijd beter zijn, maar omdat het soms waardevol is om bewust los te komen van het eerste idee. Daarna kun je juist vergelijken: welke oplossing is het meest bruikbaar, origineel, eerlijk of effectief, en waarom?

9. Onderzoek fouten in plaats van ze alleen te corrigeren

Een fout hoeft niet te worden gevierd om er iets van te kunnen leren. In plaats van alleen te zeggen wat fout ging, kun je samen onderzoeken: ‘Waar veranderde je redenering?’, ‘Wat werkte wel?’ of ‘Wat zou je een volgende keer anders proberen?’ Zo wordt een fout informatie.

Belangrijk daarbij is dat we ook niet te gemakkelijk zeggen dat kinderen ‘van fouten leren’. Soms hebben ze uitleg, voorkennis of begeleiding nodig om überhaupt te begrijpen waarom iets fout ging.

10. Geef kinderen problemen die ertoe doen

Een vraag als ‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat er minder afval op school ontstaat?’ heeft een ander karakter dan een werkblad waarvan alle antwoorden al bekend zijn. Bij betekenisvolle problemen moeten kinderen vaak eerst bepalen wat het probleem precies is, welke informatie ze nodig hebben en welke voorwaarden een mogelijke oplossing moet vervullen. Dat kan nieuwsgierigheid oproepen omdat er werkelijk iets te onderzoeken valt.

Maar ook hier geldt: een open probleem is niet automatisch goed onderwijs. Kinderen hebben voldoende kennis, structuur en begeleiding nodig om er daadwerkelijk van te kunnen leren.

Nieuwsgierigheid is geen trucje

Nieuwsgierigheid stimuleren betekent dus niet dat iedere les spectaculair, verrassend of volledig door kinderen gestuurd moet worden. Soms is goede uitleg precies wat een kind nodig heeft. Soms moet iets gewoon geoefend worden. En soms heeft een leerling eerst meer kennis nodig voordat een interessante vraag überhaupt onderzocht kan worden.

Nieuwsgierig onderwijs gaat daarom niet over het vervangen van kennis door vragen. Het gaat over de wisselwerking tussen beide. Kennis geeft kinderen steeds meer om over na te denken. Nieuwsgierigheid geeft ze een reden om verder te willen weten.

Nieuwsgierig denken kun je ontwikkelen

Nieuwsgierigheid is dus niet simpelweg iets wat een kind wel of niet bezit. Onderzoek naar nieuwsgierigheidsinterventies laat zien dat de omgeving er invloed op kan hebben.² Tegelijkertijd moeten we oppassen met de populaire vergelijking dat nieuwsgierigheid ‘een spier’ is die automatisch sterker wordt wanneer je haar maar genoeg traint. Daarvoor is nieuwsgierigheid te afhankelijk van het onderwerp, de persoon en de situatie.

Voor The Curious Mind Expedition is nieuwsgierigheid daarom geen losstaande vaardigheid die kinderen moeten afvinken. Het is een uitgangspunt voor leren. We willen kinderen niet alleen kennis aanbieden, maar ook momenten creëren waarop die kennis nieuwe vragen oproept. Momenten waarop ze verschillende perspectieven onderzoeken, hun eigen ideeën tegen het licht houden, samen nadenken en ontdekken dat niet-weten geen eindpunt hoeft te zijn.

Dat zie je ook terug in de verrijkingsprogramma’s van The Curious Mind Expedition. Daarin verbinden we inhoudelijke uitdaging met onderzoek, gesprek, creativiteit, reflectie en sociaal-emotionele ontwikkeling. Niet omdat ieder kind op dezelfde manier nieuwsgierig is. Maar omdat onderwijs ruimte kan maken voor iets wat gemakkelijk verloren gaat wanneer alleen het juiste antwoord telt:

De behoefte om meer te willen weten.

Bronnen

  1. Van Schijndel, T. J. P., & Jansen, B. R. J. (2025). Integrating lines of research on children’s curiosity-driven learning. Journal of Experimental Child Psychology, 252, 106168.
  2. Schutte, N. S., & Malouff, J. M. (2023). A meta-analytic investigation of the impact of curiosity-enhancing interventions. Current Psychology, 42, 20374–20384.
  3. Kuznetsova, A., Liashenko, V., Zhozhikashvili, N., & Arsalidou, M. (2024). Giftedness identification and cognitive, physiological and psychological characteristics of gifted children: a systematic review. Frontiers in Psychology, 15, 1411981.
  4. Fernández-Batanero, J. M. et al. (2021). Analysing educational interventions with gifted students: Systematic review. Children, 8(5), 365. De review benadrukt juist de diversiteit van onderwijsbehoeften en het belang van geïndividualiseerde aanpassingen.
Curio doet een brief in een brievenbus als symbool voor de nieuwsbrief van The Curious Mind Expedition.

Nieuwsgierigheid begint met één goede vraag!

Nieuwsgierigheid is de motor achter leren. Ontvang gratis een inspirerende lesactiviteit waarmee kinderen leren onderzoeken, filosoferen en kritisch denken. Zo ervaren ze dat de mooiste ontdekkingen vaak beginnen met één goede vraag. Daarnaast ontvang je af en toe inspiratie, praktische tips en nieuwe inzichten.

Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.
Bedankt! Je gratis les komt eraan.

Vergelijkbare berichten

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *