Executieve functies bij kinderen: waarom cognitief sterke kinderen niet altijd vanzelf leren plannen, organiseren en doorzetten?
Executieve functies zijn de regelfuncties van het brein. Ze helpen kinderen om hun gedrag, emoties en gedachten aan te sturen, zodat zij doelgericht kunnen handelen. Je kunt ze vergelijken met een dirigent van een orkest: ze zorgen ervoor dat losse talenten, kennis en vaardigheden goed samenwerken op het juiste moment.
Veel mensen denken dat cognitief sterke en hoogbegaafde kinderen zichzelf wel redden. In de praktijk blijkt dat vaak anders te zijn. Juist deze kinderen hebben regelmatig begeleiding nodig bij het ontwikkelen van executieve functies. Hoewel zij ingewikkelde ideeën kunnen bedenken en snel verbanden leggen, lukt het niet altijd vanzelf om plannen uit te voeren, overzicht te houden of door te zetten wanneer iets moeilijk wordt.
Waarom executieve functies zo belangrijk zijn.
Executieve functies helpen kinderen bijvoorbeeld bij:
- plannen en organiseren;
- concentreren;
- omgaan met emoties;
- zelfstandig starten aan taken;
- flexibel denken;
- doorzetten wanneer iets lastig wordt.
Deze vaardigheden ontwikkelen zich langzaam en blijven groeien tot ver in de volwassenheid. Kinderen hebben daarbij oefening, begeleiding en veilige uitdagingen nodig.
Waarom hoogbegaafde kinderen hier juist moeite mee kunnen hebben.
Bij cognitief sterke en hoogbegaafde kinderen zit er vaak een verschil tussen wat zij kunnen bedenken en wat zij daadwerkelijk kunnen organiseren, uitvoeren of volhouden. Hun denken loopt soms ver vooruit op hun executieve functies. Daardoor kunnen opdrachten die simpel lijken, tóch veel spanning of frustratie geven.
Wanneer kinderen jarenlang weinig echte uitdaging ervaren, hoeven zij bepaalde vaardigheden ook minder te oefenen. Plannen, fouten maken, doorzetten en omgaan met frustratie ontwikkelen zich dan minder vanzelfsprekend.
Belangrijke executieve functies uitgelegd:
| Vaardigheid | Uitleg | Cognitief sterke- en hoogbegaafde kinderen: |
| Werkgeheugen | Werkgeheugen helpt kinderen om informatie tijdelijk vast te houden en ermee te werken. Bijvoorbeeld bij hoofdrekenen, begrijpend lezen of het onthouden van meerdere instructies tegelijk. | Kunnen hierin uitblinken wanneer een onderwerp hen interesseert. Bij saaie of herhalende taken lijkt het werkgeheugen soms ineens “uit” te gaan. Daardoor kunnen automatiseringstaken, zoals spelling of tafels oefenen, juist moeilijk zijn. |
| Inhibitie (impulscontrole) | Inhibitie betekent dat je eerst nadenkt voordat je handelt. Bijvoorbeeld wachten op je beurt, niet direct roepen of emoties kunnen reguleren. | Denken vaak razendsnel en hebben veel ideeën tegelijk. Daardoor praten zij soms door anderen heen of reageren impulsief, vooral wanneer ze enthousiast zijn. |
| Cognitieve flexibiliteit | Dit is het vermogen om van perspectief te wisselen, plannen aan te passen en flexibel om te gaan met veranderingen. | Hoewel cognitief sterke kinderen vaak goed abstract kunnen denken, kunnen onverwachte veranderingen juist veel spanning geven. Ze zoeken regelmatig veiligheid in duidelijkheid en voorspelbaarheid. |
| Plannen en organiseren | Het vermogen om overzicht te houden en een doel op te delen in stappen. Bijvoorbeeld huiswerk spreiden over meerdere dagen of een werkstuk stap voor stap aanpakken. | Zien het eindresultaat al helemaal voor zich, maar missen het stappenplan om daar te komen. Omdat opdrachten vroeger vaak makkelijk gingen, hebben zij soms weinig ervaring opgedaan met écht plannen. Grotere taken kunnen daardoor overweldigend voelen. |
| Taakinitiatie | Het vermogen om zelfstandig aan een taak te beginnen, zonder uitstel of voortdurende aanmoediging. | Vooral perfectionisme kan hierin een grote rol spelen. Sommige kinderen stellen taken uit omdat ze bang zijn fouten te maken of niet aan hun eigen hoge verwachtingen te voldoen. |
| Volgehouden aandacht | Het vermogen om aandacht vast te houden, ook wanneer iets lastig of minder leuk is. Bijvoorbeeld blijven doorwerken tot iets af is. | Kunnen urenlang hypergefocust zijn op onderwerpen die hen interesseren. Maar zodra iets moeilijk, repetitief of minder betekenisvol voelt, kunnen ze juist snel afhaken. Ook leren zij soms minder goed hóé ze moeten leren, omdat veel lange tijd vanzelf ging. |
| Emotieregulatie | Het vermogen om emoties te herkennen, te begrijpen en ermee om te gaan. Bijvoorbeeld rustig blijven bij teleurstelling of kritiek. | Ervaren emoties vaak intens. Ze hebben regelmatig een sterk rechtvaardigheidsgevoel en zijn gevoelig voor prikkels en emoties van anderen. Hun intellectuele ontwikkeling loopt vaak voor op hun emotionele ontwikkeling, waardoor die twee niet altijd in balans zijn. |
| Metacognitie (zelfreflectie) | Het vermogen om na te denken over je eigen denken en handelen. Bijvoorbeeld weten wat je lastig vindt, beoordelen hoe iets gegaan is en leren van fouten. | Metacognitie betekent nadenken over je eigen denken en handelen. Cognitief sterke kinderen kunnen vaak scherp analyseren, maar leggen daardoor ook regelmatig de lat erg hoog voor zichzelf. Dat kan perfectionisme versterken. |
Hoe kun je executieve functies stimuleren?
Executieve functies ontwikkelen zich vooral door:
- samen oefenen;
- fouten mogen maken;
- reflecteren;
- spelenderwijs leren;
- uitdagende opdrachten;
- begeleiding van een volwassene.
Kinderen leren deze vaardigheden niet vanzelf. Juist daarom is het belangrijk dat onderwijs niet alleen gericht is op kennis, maar ook op het ontwikkelen van denkvaardigheden, zelfregulatie en zelfvertrouwen.
Aan de slag met executieve functies.
De lesprogramma’s van The Curious Mind Expedition zijn ontwikkeld om leerlingen actief te laten oefenen met denken, reflecteren, samenwerken en doorzetten. De lessen zijn direct inzetbaar, vragen minimale voorbereiding en bieden verdieping voor nieuwsgierige, slimme en hoogbegaafde leerlingen.
Wil je eerst ervaren of de lessen passen bij jouw groep?
Download dan gratis een inspirerende lesactiviteit via: thecuriousmindexpedition.nl
