Executieve functies en hoogbegaafdheid: waarom slim zijn niet betekent dat plannen vanzelf gaat
Executieve functies helpen kinderen om dingen voor elkaar te krijgen. Ze spelen bijvoorbeeld een rol bij plannen, beginnen aan een taak, je aandacht erbij houden, omgaan met frustratie en bedenken wat je kunt doen als je eerste aanpak niet werkt. Je kunt ze een beetje zien als de dirigent van een orkest. Een kind kan ontzettend veel weten en allerlei goede ideeën hebben. Maar al die kennis en ideeën moeten ook op het juiste moment worden ingezet.¹ ²
Bij hoogbegaafde kinderen ontwikkelen en functioneren deze vaardigheden niet simpelweg op basis van hoe intelligent een kind is. Een kind kan een ingewikkeld probleem razendsnel begrijpen, maar vervolgens niet weten waar het moet beginnen. Of precies weten hoe een werkstuk eruit moet zien, maar vastlopen bij het maken van een planning.
Slim zijn betekent dus niet automatisch dat plannen, organiseren en doorzetten ook vanzelf gaan.
Wat zijn executieve functies?
Executieve functies gebruik je eigenlijk de hele dag. Een leerling krijgt bijvoorbeeld de opdracht om een presentatie te maken. Dan moet hij bedenken wat hij nodig heeft, informatie verzamelen, keuzes maken, beginnen, zijn aandacht erbij houden en misschien zijn planning aanpassen als iets anders loopt dan verwacht. Daar zijn allerlei vaardigheden voor nodig. Denk aan:
- informatie in je hoofd houden terwijl je ermee bezig bent;
- eerst nadenken voordat je iets doet;
- je aandacht bij een taak houden;
- van aanpak veranderen als iets niet werkt;
- een grote opdracht in kleinere stappen verdelen;
- daadwerkelijk beginnen;
- omgaan met frustratie;
- terugkijken op je aanpak.
Wetenschappers gebruiken verschillende indelingen voor executieve functies. Werkgeheugen, impulscontrole en flexibel denken worden vaak als belangrijke basisfuncties genoemd.¹ ² Voor mij is vooral interessant wat dit in de praktijk betekent: wat heeft een kind nodig om van een idee ook daadwerkelijk tot handelen en leren te komen?
Executieve functies en hoogbegaafdheid: hoe zit dat precies?
Je hoort regelmatig dat hoogbegaafde kinderen zwakke executieve functies zouden hebben. Onderzoek geeft daar geen simpel bewijs voor. Sommige onderzoeken vinden dat hoogbegaafde kinderen op bepaalde taken juist sterker presteren. Bij andere taken worden weinig of geen verschillen gevonden.³ ⁴
Dat betekent vooral dat er niet zoiets bestaat als één vast profiel dat bij ieder hoogbegaafd kind past. Het ene kind plant heel gemakkelijk, maar vindt het lastig om door te zetten als iets niet meteen lukt. Een ander kind kan lang geconcentreerd werken, maar raakt het overzicht kwijt zodra een opdracht uit veel verschillende stappen bestaat. En weer een ander heeft hier helemaal geen moeite mee.
Daarom vind ik deze vraag veel interessanter: Wat kan dit kind al goed en wat heeft dit kind nog te leren?
Wat als leren jarenlang gemakkelijk gaat?
Dit vind ik een interessant punt bij cognitief sterke kinderen. Stel je een leerling voor die op de basisschool bijna nooit hoeft te leren voor een toets. De antwoorden weet hij meestal al. Een werkblad is snel af en als hij even niet oplet, kan hij vaak alsnog verder. Dan komt er ineens een opdracht die wél moeilijk is. Nu moet hij een planning maken. Verschillende mogelijkheden onderzoeken. Iets opnieuw proberen. Misschien hulp vragen. En doorgaan terwijl hij nog niet weet of zijn aanpak gaat werken. Dat zijn heel andere leerervaringen.
Het klinkt logisch dat kinderen die weinig uitdaging krijgen daardoor ook minder oefenen met dit soort situaties. Maar hier moeten we voorzichtig zijn. Onderzoek geeft ons niet genoeg bewijs om simpelweg te zeggen: weinig uitdaging veroorzaakt zwakkere executieve functies. Wat we wél kunnen zeggen, is dat passende uitdaging kinderen de gelegenheid geeft om vaardigheden als plannen, strategieën kiezen, bijsturen en doorzetten te gebruiken. En juist daarom vind ik uitdaging belangrijk. Niet alleen omdat een kind moeilijkere sommen of ingewikkeldere opdrachten aankan. Maar omdat ieder kind op school iets te leren moet hebben.
Welke vaardigheden spelen daarbij een rol?
| Vaardigheid | Dit betekent: | Bijvoorbeeld: |
| Werkgeheugen | Informatie even vasthouden terwijl je ermee bezig bent. | Een instructie onthouden terwijl je de opdracht uitvoert. |
| Inhibitie (impulscontrole) | Niet meteen reageren op de eerste impuls. | Eerst nadenken voordat je handelt. Bijvoorbeeld; eerst je vinger opsteken voordat je een vraag stelt. |
| Cognitieve flexibiliteit | Je aanpak kunnen veranderen. | Ontdekken dat iets niet werkt en iets anders proberen. |
| Plannen en organiseren | Bedenken welke stappen nodig zijn om tot een doel te komen. | Een groot werkstuk opdelen in kleinere taken. |
| Taakinitiatie | Het vermogen om zelfstandig aan een taak te beginnen. De stap zetten van weten naar doen. | Niet alleen bedenken wat je wilt maken, maar daadwerkelijk starten. |
| Volgehouden aandacht | Je aandacht bij je doel houden, ook als het lastig is. | Verder werken wanneer iets niet direct lukt. Doorzetten. |
| Emotieregulatie | Met gevoelens omgaan zonder je doel helemaal kwijt te raken. | Frustratie verdragen wanneer een oplossing niet meteen werkt. Niet gaan slaan of schreeuwen bij bijvoorbeeld boosheid. |
| Metacognitie (zelfreflectie) | Nadenken over hoe je denkt en leert. | Je afvragen: Waarom werkte mijn aanpak wel of niet? Reflecteren en evalueren. |
Hoe kun je kinderen helpen bij het ontwikkelen van hun executieve functies?
Metacognitie, zelfregulatie en executieve functies hangen met elkaar samen, maar zijn niet precies hetzelfde. Onderzoek laat zien dat juist het nadenken over en sturen van je eigen leren een belangrijk onderdeel is van leren leren.⁵ ⁶ Een leerling hoeft namelijk niet alleen te ontdekken wat het antwoord is. Het is minstens zo interessant om te onderzoeken hoe hij daar is gekomen.
Executieve functies ontwikkel je niet met behulp van een werkblad. Sterker nog: veel van deze vaardigheden komen vanzelf aan bod wanneer kinderen een betekenisvolle opdracht krijgen waarbij ze echt moeten nadenken. Bijvoorbeeld wanneer ze:
- zelf een aanpak moeten bedenken;
- verschillende oplossingen onderzoeken;
- keuzes moeten maken;
- samenwerken;
- informatie moeten ordenen;
- ontdekken dat hun eerste idee niet werkt;
- iets opnieuw proberen;
- uitleggen waarom ze voor een bepaalde oplossing hebben gekozen.
Als begeleider kun je het denkproces zichtbaar maken door vragen te stellen:
- Wat probeer je te bereiken?
- Hoe zou je kunnen beginnen?
- Welke mogelijkheden zie je?
- Waarom kies je hiervoor?
- Werkt je aanpak nog?
- Wat zou je kunnen veranderen?
- Wat heb je ontdekt?
Het mooie is dat het antwoord dan niet eens altijd het belangrijkste hoeft te zijn.
Het hoeft niet meteen ‘goed’ te zijn
Bij veel opdrachten in de lesprogramma’s van The Curious Mind Expedition bestaat helemaal niet één goed antwoord. Vaak gaat het over beleving of ervaringen. De focus ligt dan ook voornamelijk op het leerproces en niet op het antwoord of het product. Misschien is de interessantste vraag wel: Hoe ben je op dat idee gekomen? Daarmee verschuift de aandacht van heb je het goed? naar wat gebeurt er tijdens het denken en leren? Dat is precies waar ik kinderen graag nieuwsgierig naar wil maken. Niet alleen: Wat weet ik? Maar ook: Hoe denk ik? Wat doe ik als ik iets niet weet? Welke strategie gebruik ik? Wat kan ik proberen als mijn eerste idee niet werkt. Juist de momenten waarop het proces even vastloopt zijn waardevolle leermomenten.
Ook een kind dat snel leert, heeft iets te leren
Een cognitief sterk kind heeft niet automatisch méér werk nodig. Het heeft ook niet automatisch problemen met executieve functies. Maar het heeft, net als ieder ander kind, leerdoelen nodig die passen bij wat het nog te ontwikkelen heeft. Soms zit die uitdaging in moeilijkere leerstof. Soms in een open probleem waarvoor meerdere oplossingen mogelijk zijn. Soms in samenwerken. En soms zit de echte uitdaging juist in plannen, beginnen, doorzetten of terugkijken op je eigen aanpak.
Daarom zijn de lesprogramma’s van The Curious Mind Expedition niet alleen gericht op kennis. Kinderen worden uitgedaagd om te denken, onderzoeken, samenwerken, keuzes te maken en te reflecteren. Niet om ze te vertellen hoe ze moeten denken. Maar om ze steeds beter te laten ontdekken hoe hun eigen denken en leren werkt.
Bronnen
- Jurado, M. B. & Rosselli, M. (2007). The elusive nature of executive functions: A review of our current understanding. Neuropsychology Review, 17(3), 213–233.
- Diamond, A. (2013). Executive Functions. Annual Review of Psychology, 64, 135–168.
- Bucaille, A. et al. (2023). Intelligence and Executive Functions: A Comprehensive Assessment of Intellectually Gifted Children. Archives of Clinical Neuropsychology, 38(7), 1035–1046.
- Kuznetsova, E. et al. (2024). Giftedness identification and cognitive, physiological and psychological characteristics of gifted children: a systematic review. Frontiers in Psychology, 15, 1411981.
- Dörrenbächer-Ulrich, L. & Bregulla, M. (2024). The Relationship Between Self-Regulated Learning and Executive Functions—a Systematic Review. Educational Psychology Review, 36.
- Dörrenbächer-Ulrich, L., Dilhuit, S. & Perels, F. (2024). Investigating the relationship between self-regulated learning, metacognition, and executive functions by focusing on academic transition phases: a systematic review. Current Psychology, 43, 16045–16072.

Wil je ervaren of de lessen passen bij jouw groep?
Meld je aan en ontvang gratis een inspirerende lesactiviteit voor nieuwsgierige denkers. Ontdek praktische ideeën rondom leren, motivatie en kritisch denken. Daarnaast ontvang je af en toe inspiratie, praktische tips en nieuwe inzichten.








Eén reactie